Is liberalisme slechts een mening?

1 04 2011

D66-raadslid Thijs Kleinpaste en PvdA-lid Marcel Duyvensteijn stelden op 7 maart in de Volkskrant de ‘religie ook maar een mening is‘ en dat de staat moet stoppen met het geven an allerlei privileges voor religies. “Het probleem zit hem in de neiging het geloof in god net even hoger te waarderen dan willekeurig welke andere mening,” aldus Kleinpaste en Duyvensteijn. De jongerenorganisaties van het CDA, de ChristenUnie en de SGP reageerden in de Volkskrant dat religie niet slechts een mening is, maar een geopenbaarde waarheid met transcendente oorsprong is.

Het debat of religie gewoon een mening is, is op analytisch niveau interessant maar op praktisch niveau maar in beperkte mate zinnig en vooral ook beledigend – kan ik me zo voorstellen althans. De tegenvraag, is liberalisme slechts een mening, is echter net zo interessant.

Hoewel veel mensen die het liberalisme aanhangen onmiddellijk zullen erkennen dat hun mening geenszins superieur is aan die van anderen, claimt politiek-filosofische stroming van het deontologisch liberalisme wel degelijk een andere positie in de maatschappij dan die van zomaar een mening.

Volgens liberale filosofen als John Rawls is er een onderscheidt tussen het morele en het ethische, een onderscheidt tussen dat wat rechtvaardig is en dat wat goed is.

Liberalen stellen dat ieders individuele visie op het goede leven in normatieve zin gelijk is: iedereen heeft individuele waarden en individuele opvattingen over wat goed is. Er bestaan geen universele waarden en daarom moet iedereen in staat gesteld worden om naar eigen inzichten en met maximale vrijheid het eigen leven vorm te geven.

Naast individuele opvattingen over het goede leven hebben mensen volgens liberal-deontologen echter ook fundamentele universele rechten. Daarom moet de staat rechtvaardige normen op stellen om te zorgen dat ieders fundamentele rechten niet geschonden worden. De gelijke vrijheid van de een houdt op waar de gelijke vrijheid van de ander begint. Er bestaan dus weliswaar geen universele waarden, er bestaan wel degelijk universele normen. Normen zijn volgens liberalen rechtvaardig als ze onpartijdig zijn.

Om te kunnen beredeneren wat onpartijdige normen zijn gebruikt John Rawls het gedachte-experiment van de sluier der onwetendheid: stel je voor dat iedereen zich achter een sluier van onwetendheid bevindt en niet weet welke persoon op aarde je zal zijn als de sluier wordt weggenomen – en ga vervolgens de regels voor de samenleving ontwerpen.

Immanuel Kant gebruikt de categorisch imperatief om te garanderen dat de normen van een samenleving onpartijdig zijn: handel volgens regels waarvan je zou kunnen wensen dat ze een algemene wet zijn.

Jürgen Habermas beweert dat een mens niet ontdaan kan worden van zijn particuliere situatie en eigenschappen en dat daarom rechtvaardige regels enkel tot stand kunnen komen in een inclusieve en machtsvrije deliberatie over wat de beste normen voor een samenleving zijn.

Net zo goed als de christelijke jongeren beweren dat hun geloof een transcendente en universele waarheid voorschrijft claimen liberalen ook universele rechten en normen te kennen. Het belangrijkste verschil zit erin dat liberalen, anders dan christenlijke denkers, beweren dat hun normen onpartijdig zijn tegenover individuele ethische opvattingen over het goede leven. Maar die claim ligt onder vuur van communitaristen als MacIntyre.


Acties

Informatie

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.