Een activerende verzorgingsstaat II: Wat is dat?

17 03 2011

GroenLinks pleit al jarenlang voor een activerende verzorgingsstaat. In haar beginselprogramma heeft de partij nota bene opgenomen dat ons stelsel van sociale zekerheid ‘mensen niet alleen moet verzekeren van inkomen, maar hen ook uitzicht moet bieden op een plek op de arbeidsmarkt of een andere vorm van participatie.’ Toch is er nog altijd een klein deel van de achterban dat zo nu en dan vraagtekens zet bij het model van de activerende verzorgingsstaat. Daarom op dit blog een drieluik. Vandaag deel II: Een activerende verzorgingsstaat, wat betekent dat concreet?

Naast inkomenszekerheid ook werkzekerheid

Kern van het model van de activerende verzorgingsstaat is dat mensen naast de zekerheid dat ze voldoende inkomen hebben om rond te kunnen komen, mensen ook de zekerheid wordt geboden dat ze aan het werk kunnen. Het model van de activerende verzorgingsstaat is gebaseerd op de verzorgingsstaat zoals die in Scandinavische landen bestaat.

Dat betekend als eerste: zorgen dat hobbels worden weggenomen zodat mensen aan het werk kunnen. Fiscale prikkels om thuis te blijven, zoals de aanrechtsubsidie worden weggenomen. Kinderopvang moet in voldoende mate aanwezig zijn en bovenal betaalbaar zijn. Werken in deeltijd wordt gemakkelijker gemaakt, evenals thuis werken met flexibelere werktijden.

Daarnaast wordt geïnvesteerd in de employability van mensen. Iedereen krijgt een individueel scholingsbudget. Onderwijs krijg je niet alleen wanneer je jong bent, maar een leven lang leren wordt de norm. Zo blijft het voor iedereen mogelijk zich te ontwikkelen. Veertig jaar lang bij dezelfde baas werken bestaat amper meer in de 21e eeuw. Door om- en bijscholing worden werknemers minder snel de dupe van crisis in een bepaalde economische sector en weerbaarder voor outsourcing en concurrentie uit het buitenland.

Aanpassingen in de Sociale Zekerheid

De WW wordt een verzekering waar je op terug kunt vallen als je ‘in between jobs’ bent. Dat betekend dat hij hoger wordt, maar ook wat korter van duur. Daarnaast wordt er meer geinvesteerd in re-integratie met goede individuele begeleiding. Mocht je, ondanks aanpassingen in het arbeidsmarktbeleid en de scholingsmogelijkheden, toch geen geschikte baan kunnen vinden, komt er een nieuw sociaal vangnet: de Wet Investeren in Mensen (WIM).

De WIM is een samenvoeging van de bestaande regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt: de bijstand, de wajong, de WIJ en delen van de WSW. Gemeentes worden verantwoordelijk voor de WIM. Dat betekend dat de gemeente met iedereen die zelf geen plaats kan vinden op de reguliere arbeidsmarkt ze een individueel participatiecontract afsluit. Dat is een contract waarbij gekeken wordt naar de behoefte en benodigdheden van het individu. Het kan bestaan uit scholing, uit vrijwilligerswerk, uit deeltijdwerk, noem maar op. Als er geen reguliere baan gevonden kan worden biedt de overheid eventueel een baan tegen het minimumloon aan. Er wordt nadrukkelijk rekening gehouden met ieder individu: niemand krijg iets opgelegd waar hij niet aan kan voldoen, maar ook niemand blijft in de kou staan. Het participatiecontract dat tussen gemeente en burger wordt afgesloten sluit aan bij de behoeften, beperkingen en ambities van ieder individu.

Kansen voor outsiders op de arbeidsmarkt

Tot slot zetten we in op het vergroten van de kansen van de mensen die nu moeilijk aan een baan komen. Op dit moment is het zo dat werknemers met een vast contract goed beschermd zijn. Of, om het anders te zeggen: ze zijn door een werkgever niet kwijt te raken tenzij deze een fikse ontslagvergoeding betaalt. Daar staat tegenover dat, als je eenmaal ontslagen bent het heel moeilijk is om weer een vast dienstverband te krijgen. Dat geldt zeker voor ouderen, jongeren en al helemaal voor allochtone werknemers.

Van mijn werkende vrienden is er niemand van wie ik weet dat hij een vast contract heeft. Steeds vaker nemen werkgevers iemand met een flexcontract aan: een contract dat (maximaal) een jaar loopt. Werkgevers kunnen deze flexwerkers heel gemakkelijk kwijt en daardoor zijn zij in tijden van recessie vaak ook de eerste die er uitvliegen. Bovendien is een werkgever verplicht na 3 flexcontracten een vast contract aan te bieden. Het gevolg is dat veel werkgevers er na drie jaar voor kiezen om het dienstverband te beeindigen: ze nemen liever een nieuw persoon voor driemaal een jaar aan, dan een vast contract aan te bieden. Het gevolg van de huidige ontslagbescherming is daarom: de zwakste op de arbeidsmarkt zijn op dit moment het slechtst beschermd.

Een hervorming van het stelsel van ontslagbescherming kan de positie van de outsiders juist versterken. Het gaat om het eerlijker verdelen van de bescherming zodat het onderscheidt tussen outsiders en insiders verdwijnt. In plaats van hoge ontslagvergoedingen steken werkgevers geldt in de scholingsrechten van hun werknemers. En de situatie waarin er een toenemend aantal flexwerkers zonder behoorlijke bescherming is verdwijnt.

Belangrijk is dat dit niet betekend dat op zichzelf staande versoepeling van het ontslagrecht hetzelfde is als een activerende activerende verzorgingsstaat. Als er morgen een voorstel komt om de ontslagbescherming te versoepelen zodat werkgevers makkelijker werknemers kunnen lozen zou ik daar niet voor zijn. Maar als sluitstuk in de omslag naar een andere inrichting van arbeidsmarkt en sociale zekerheid, in combinatie met inzetten op scholing, arbeidsmarkt beleid en hervorming van de sociale zekerheid, kan het eerlijker verdelen van arbeidsrechten een bijdrage leveren aan flexicurity: een flexibelere arbeidsmarkt met meer zekerheden.


Acties

Informatie

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.